Nederlander kleedt niet graag om

De belangrijkste eisen die de gemiddelde Nederlander aan zijn kledingstukken stelt zijn: flexibliteit en multifuncionaliteit. Trendgevoeligheid en het productieland schijnen nauwelijks invloed te hebben op het aankoopgedrag van de consument. Constantin-Felix von Maltzahn(30) promoveerde deze maand op het gebied van de Nederlandse mode-identiteit aan de Universiteit van Amsterdam.

In een interview dat Von Maltzahn recent aan het AD gaf, is te lezen dat Nederlanders het liefst hun kleding van overdag aanhouden als ze ‘s avonds op pad gaan. Daarnaast moet de kleding een bepaalde mate van bewegingsvrijheid hebben. “De kleding moet rekening houden met maximale bewegingsvrijheid en aangenaam zijn om te dragen, geschikt zijn voor fietsritten, professionele omgevingen, om boodschappen te doen of uit eten te gaan – dat alles moet mogelijk zijn met slechts één stel kleren,” schrijft Von Maltzahn in zijn onderzoek Dutch Identity in Fashion: Co-evolution between Brands and Consumers. Het praktische element is in omringende landen veel minder belangrijk; in Italië of Frankrijk kleedt men zich gerust twee à drie keer per dag om. Nederlandse modemerken spelen volgens de van oorsprong Duitse onderzoeker goed in op de wensen van de Nederlandse consument. De comfortabele levensstijl van Nederlanders is van invloed op het ontwerp en de keuze in het gebruik van stoffen.